dinsdag 12 december 2017

van Paganini terug naar Bach

Inmiddels zijn er bijna twee jaar verstreken sinds de release van mijn CD met de 24 caprices van Paganini,
Al snel na de opnames en nog vóór de officiële release van de Paganini caprices werd mijn belangstelling voor Bach opnieuw gewekt.
Helemaal uit de lucht vallen kwam dat niet. Er verscheen een nieuwe biografie over Bach van J.E. Gardiner en kort daarop enkele geluidsdocumenten van Govert Jan Bach. Ik heb dat allemaal gelezen en beluisterd en werd getroffen door een nieuwe zienswijze waarbij het menselijke aspect van Bach als persoon, zijn levensloop, en hoe dat in verbinding staat met zijn muziek centraal staat.
Toevallig (of niet?) waren er in die tijd ook de nodige mensen in mijn omgeving die vroegen of Bach een idee voor een volgend project zou zijn maar iets hield mij tegen; was het het ontzag voor de muziek, de wetenschap dat er al zoveel fantastische opnames van bestaan en wat was daar nog aan toe te voegen, en dan nog het vraagstuk over authenticiteit? Kan/mag je als "modern" violist wel barokmuziek spelen en zoja, hoe realiseer je dat? Hoe kom je tot een persoonlijk concept? Meerdere malen heb ik dan ook getwijfeld en nogal wat moed moeten verzamelen voordat ik de knoop definitief kon doorhakken.

Als musicus ben je in het dagelijks leven vaak aan het studeren met een concreet doel: een aanstaand concert, een repetitie de volgende dag enz.
Daarom kan het soms heerlijk zijn om vrij te musiceren zonder doel. Ik speelde dan ook regelmatig één of meerdere delen uit één van de sonates of partita's van Bach die ik in mijn jeugd al grotendeels had ingestudeerd en af en toe uitgevoerd.
 Op een zekere dag loste ik als het ware op in die muziek. Ik vergat mijzelf, mijn instrument, het was een sensatie van volledige éénwording. Toen ontstond er een realisatie: dát is de grootste kracht van de muziek van Bach. Vanaf dat moment kwam het besef dat ik niet om Bach heen kon en dat het een logische keuze leek voor een volgend project na Paganini.


 Bach zelf had hij het bij het doel van muziek o.a. over "recreation des gemüths" dat letterlijk recreatie of herschepping van het gemoed betekent en dat wil eigenlijk zeggen: een opbeurend vermogen voor de geest, nieuwe inspiratie krijgen, innerlijk weer in balans komen. Geen andere muziek voor viool-solo biedt dezelfde rijkdom aan emoties: droefheid, pijn, maar ook troost, vreugde; bezinning en levensenergie, geborgenheid, monumentale grootsheid en overrompelende virtuositeit. Het is alsof het complete bestaan in de muziek verwerkt is en dat op alléén op de viool; het lijkt haast onmogelijk en toch kreeg Bach het voor elkaar. Bovendien is deze muziek tijdloos; hoewel gecomponeerd in een volkomen andere tijd blijft Bach's muziek altijd actueel en nooit gedateerd en kan het altijd weer mensen raken omdat het een appèl doet op fundamentele emoties van de mens door alle eeuwen heen.


Ook al heeft de muziek van Bach en Paganini schijnbaar weinig met elkaar te maken; voor de viool als solo instrument vormen zij samen één geheel.
Paganini's 24 caprices kan het "Nieuwe Testament" genoemd worden waarin de technische mogelijkheden op de viool tot het maximaal haalbare werd uitgebreid. Het fundament, het "Oude Testament" voor de viool ligt in de muziek van Bach. Bij hem kwamen alle wegen samen. Paganini verkende nieuwe mogelijkheden op de viool, Bach maakte op de meest creatieve manier gebruik van alle mogelijkheden die hem in zijn tijd tot zijn beschikking stonden en creërde daar letterlijk "ongehoorde" muziek mee.
Zijn drie sonates en partita's zijn bijna driehonderd jaar later nog altijd de ultieme bijbel voor iedere violist.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten